zaterdag 8 december 2012

Jan Aardtz Herwig (1792-1838)


               



Kurassier 14e regiment 
in Franschen Dienst

Jan Aardtz Herwig wordt geboren in Alblasserdam op zondag 26 februari 1792 als zoon van Aardt Joostz Herwig en Neeltje Vink. 
Hij heeft nog 4 zusjes en 2 broers waarvan de oudste broer Joost mijn voorvader is. Wat Jan zo interessant maakt voor mij is het feit dat hij een militair was die onder Napoleon heeft gevochten. 
Na de uitzending van Verborgen Verleden met Joost Princen heb ik in mijn stamboom gezocht of er ook ergens een dergelijk verhaal te vinden was. Na alle huwelijkse bijlagen die ik tot mijn beschikking had, doorgespit te hebben, kwam ik maar een paar miliciens tegen. De meeste van mijn mannelijke familieleden werden of wel uitgeloot, ontheven wegens broederdienst of afgekeurd. Bij die laatst genoemde reden werd veel genoemd: te klein, misvormd. De misvorming werd niet bij name genoemd helaas wat mij natuurlijk erg nieuwsgierig maakte. Maar daar gaat dit verhaal niet over deze keer maar over mijn bet-bet-oudoom uit Alblasserdam: Jan Aardtzoon Herwig. 

Op twintigjarige leeftijd wordt Jan opgeroepen voor militaire dienst ondanks zijn hoge lotingsnummer 12362. Hij wordt ingedeeld bij het 14e Regiment Kurassiers in Franse dienst.
Kurassiers waren zwaar bewapende cavaleriesoldaten te paard die een borstharnas droegen dat een kuras heette. Daar komt dan ook de naam kurassier vandaan. Kurassiers waren op het slagveld de zwaarste eenheid, vergelijkbaar met de huidige tankdivisies. 

Met dit Regiment onder leiding van Napoleon trekt hij in 1813 richting het Oosten om de strijd aan te gaan tegen Russische, Pruisische, Oostenrijkse en Zweedse legers. Hij wordt ingedeeld in een Hollands Regiment dat in de veldtocht naar Saksen (Leipzig) grote verliezen heeft geleden. Het dieptepunt van deze veldtocht was de slag bij Leipzig ook wel genoemd de Volkerenslag omdat er zoveel landen bij betrokken waren die allemaal tegen Napoleon vochten. De volkerenslag bij Leipzig in oktober 1813 duurde vier dagen. 
Napoleon werd verslagen en moest de aftocht blazen terug richting Frankrijk.
Slag bij Leipzig oktober 1813
In 1814 wordt Jan bij het opheffen van het 14e Regiment Kurassiers ontslagen om op 25 januari 1817 voor 6 jaar bij te tekenen als Kanonnier 2e klasse bij het Korps Rijdende Artillerie. In oktober 1818 wordt hij benoemd als Timmerman bij dit onderdeel.

Op 6 maart 1822 wordt zijn eerste dochter buitenechtelijk geboren in Breda, Petronella Cornelia Herwig.
Bij zijn huwelijk met Anna van Gog uit Bergen op Zoom op 19 augustus 1824 wordt zij officieel door hem erkend. Samen krijgen zij nog 1 dochter: Elisabeth, zij wordt geboren op 20 maart 1825 in de garnizoensstad Bergen op Zoom.
Stamboek Jan Herwig
In april 1825 wordt hij ingedeeld als Milicien voor de tijd van 5 jaar, zijnde plaatsvervanger voor Cornelius UijtdeWillegen, van de Reserve van 1825 uit de Provincie Noord Brabant, gemeente Wouw onder nummer 8. Het is mij niet helemaal duidelijk wat hiermee bedoeld word. Heeft hij, waarschijnlijk voor geld, de dienstplicht overgenomen van deze Cornelius?

Vanaf hier was ik Jan kwijt. De laatste vermelding die ik kon vinden van hem is in 1843, bij het overlijden op twintigjarige leeftijd van zijn dochter Petronella Cornelia. Hij wordt in de overlijdensakte genoemd als overleden. Anna van Gog leeft dan nog.
Na veel zoeken op Internet met naamvariaties, heb ik hem gevonden via een successie van memorie gedeponeerd in Bergen op Zoom waarin Johannes Harwig  geregistreerd is als overledene in de plaats Hoorn (Noord-Holland).
Via Family Search was het vervolgens gemakkelijk om hem te vinden.
In de overlijdensakte staat: “Johannis Harwig overleden den zevenden Maart dezes jaars, ten negen ure des avonds, oud zesenveertig jare, wonende op het eiland alhier, van beroep agent van Policie geboren te Alblasserdam, gehuwd met Johanna van Goch enz….”
 
Zonder twijfel onze Jan. Maar wat deed hij daar zonder vrouw en kinderen zo ver van huis?
Of woonde de hele familie in Hoorn? Of ik dit raadsel op kan lossen betwijfel ik, alle tips zijn welkom. De overlijdensdata van Anna/Johanna van Gog en van hun jongste dochter Elisabeth Herwig zijn mij ook nog onbekend.

NB: Het genoemde eiland in de overlijdensakte is Oostereiland bij Hoorn. Hier was een gevangenis die tot in de vorige eeuw in gebruik is geweest, eerst als bedelaarshuis en later voor gestraften.Tegenwoordig is het een museum/restaurant/hotel. 
Misschien aardig om eens te bezoeken. Meer informatie: www.oostereiland.nl

9 december 2012 : 
Na plaatsing van dit verhaal kreeg ik van een mede genealoog de volgende aanvulling: met dank aan Hans!

Dag Rita,
De reden waarom hij op het Eiland in Hoorn verbleef, zonder zijn gezin was
omdat hij in de gevangenis zat. Een deel van de inschrijfregisters van de
Noord-Hollandse gevangenissen zijn op naam toegankelijk via de website van
het Noord-Hollands Archief in Haarlem: www.noord-hollandsarchief.nl. Een
andere zoekmogelijkheid is via www.archieven.nl, waar deze registers (en nog
veel meer) ook terug te vinden zijn. De inschrijving van Johannes Harwig
zoals hij inderdaad genoemd werd vind je via de link

http://www.noord-hollandsarchief.nl/search/?mivast=236&miadt=236&mizig=59&miview\
=ldt&milang=nl&micols=1&mires=0&mizk_alle=harwig
Hij is opgenomen in de gevangenis in het jaar 1836, en hij overleed er dus
in 1838. De gevangenis op het Eiland had geen goede reputatie,
gevangenisstraf daar was voor velen heel letterlijk "levenslang", want ze
kwamen er niet meer levend uit. Dat had te maken met het feit dat dit een
ouderwetse gevangenis was. Een moderne had het aangepaste "Pennsylvanische
Systeem" (opsluiting in een eigen cel). Hoorn had nog de groepscellen, en
daarin werden soms tientallen personen gestopt. Met de hygiëne uit die tijd
(of beter: het gebrek aan!), betekende dat als iemand in de groep ziek werd,
ze het allemaal werden. Pas later werd het Eiland aangepast, en gelukkig
voor hem kwam "ome Kees" (een oom van mijn opa) er na de aanpassing in
terecht, dus hij overleefde het verblijf. Plaatjes van het Eiland uit de
tijd van Johannes Herwig / Harwig zijn er dacht ik niet, maar wel
plattegronden in de collectie kaarten en tekeningen Rijkswaterstaat voor
1850 (je kunt eens kijken in de beeldbank van het Noord-Hollands Archief).
Terug naar jouw oudoom. Plaatsvervanger zou inderdaad moeten betekenen dat
hij de dienst voor die Cornelius UijtdeWilligen heeft overgenomen. Wel wat
uitzonderlijk, want meestal wordt dat gedaan door iemand van dezelfde
lichting die uitgeloot was. Zijn latere vermelding als agent van politie
klinkt ook wel logisch. Vele agenten en veldwachters uit die tijd hadden een
militaire achtergrond. Interessant daarvoor is misschien het boek van Albert
Kort, Bromsnor in Zeeland. Het gaat wel over Zeeuwse veldwachters, maar de
achtergronden die hij geeft zijn wel te gebruiken voor het begrijpen van de
situatie in de rest van het land. Veel andere boeken over de historie van de
politie in de negentiende eeuw ken ik niet, behalve het boek over de
geschiedenis van de politie in Amsterdam.
Agent van politie in plaats van veldwachter wijst in elk geval op een
dienstbetrekking in een stad. Gezien het feit dat zijn dochter in Bergen op
Zoom overleed en zijn weduwe daar toen nog woonde, lijkt het niet onmogelijk
dat hij in dienst was bij de gemeentelijke politie van Bergen op Zoom.
Onderzoek in het Markiezenhof dus; of dat digitaal kan weet ik zo direct
niet. Hij zal wel benoemd zijn door de gemeenteraad of door B&W.

Met vriendelijke groet van Hans./.

 



zaterdag 21 april 2012

De Familie Van Ingen uit Utrecht

De familie van Ingen, aan wie mijn familie is verwant, komt zeker sinds eind zeventiende eeuw voor in de archieven van Utrecht. Er zijn diverse indexen te vinden waarin hun namen genoteerd staan, zoals huwelijkse voorwaarden, opgesteld door een notaris en overdrachten van onroerende goederen. Ook zijn er opgetekende verklaringen te vinden over getuigenissen.

De eerste met zekerheid te noemen Utrechter was Aelbert van Ingen, hij werd op 25 september 1721 in de Buerkerk door 8 dragers te grave gedragen. Hij was getrouwd met Ariaentje Cornelisz de Greb en zij woonden ten tijde van zijn overlijden achter ’t Nieuwe Vleeschuys. Bij leven was Aert “coopman in koorn”. 
 Samen met Aeriaantje krijgt hij 4 kinderen.

Buerkerk te Utrecht
 De oudste zoon Johannes van Ingen wordt op 5 december 1675 gedoopt in de Buerkerk. Hij trouwt twee maal; zijn eerste vrouw Wilhelmina Hayman overlijdt al snel na hun huwelijk in 1697 en op 4 november 1710 trouwt hij de eenentwintigjarige Utrechtse Anna Catharina Vonck. Zijn beroep wordt in de acte genoemd als bierdrager. Op zijn begraafakte staat: overleden aan de Neude in de herberghe de Pott. Deze herberg wordt in verschillende actes genoemd en is zeker eigendom van de familie van Ingen geweest. Tegenwoordig staat hier het monumentale oude postkantoor. Johannes en Anna krijgen twee kinderen Arnoldus en Adriaantje. Adriaantje kom ik nergens meer tegen in de archieven dus ik vermoed dat zij vroeg is gestorven. Johannes wordt op zijn vierenveertigste te grave gedragen door 8 dragers in de Jacobikerk.

Jacobikerk Utrecht
 Zoon Arnoldus wordt in de Domkerk gedoopt op 15 november 1711 en zijn ouders wonen dan op de Oude gracht bij de Weesbrug. Van beroep is hij Grutter en hij trouwt op 27 jarige leeftijd met de dan 21 jarige Baarnse Aletta van Elst. Van Arnoldus en Aletta heb ik niet zoveel kunnen vinden behalve dat zij buiten de Weerdpoort woonden en dat Arnoldus in 1748  een herberg met huis huurt  genaamd De Ridder van Sint Joris aan het Lauwenrecht. Op 9 april 1794 verkoopt hij de eerder genoemde herberg de Pott, waar zijn vader is gestorven, aan ene Bernardus Hoogbeterom.
Het enige kin dat ik met zekerheid aan dit echtpaar heb kunnen linken is Jan Hendrik van Ingen.

Deze zoon werd op 7 juli 1740 gedoopt in de Jacobikerk te Utrecht. Tussen 1761 en 1804 was hij muntgezel bij de Provinciale Utrechtse Munt. Jan Hendrik legde in 1762 voor het eerst de eed af als muntgezel en bleef deze functie beoefenen tot aan zijn dood in 1804. Hij volgde in 1798 Nicolaas Godron op als smidmeester.
Op 27 april 1762 trouwt hij in de Catharijnekerk op 21-jarige leeftijd met Berendina Geertruij Langenberg, dochter van Hermanus Langenberg en Mensia van Maurik. Zij is geboren op 4 november 1736 in Utrecht. In 1793 had hij twee kinderen, zoon Hermanus en dochter Bartje en woonde hij in ‘t  Speldemakerspoortje.
Berendina Geertruij overlijdt op 29 juli 1802 en wordt begraven in de Jacobikerk op 9 augustus 1802.
Jan Hendrik wordt begraven in de Jacobikerk op 15 oktober 1804. Hij is dan 64 jaar.
 Zoon Hermanus wordt op 9 mei 1771 gedoopt in Utrecht en trouwt op 7 oktober 1794 met Adriana van Elsendoorn, ook op 9 mei 1771 gedoopt en dochter van Pieter Elsendoorn en Johanna Koster.
Ik ben er nog niet achter welk beroep Hermanus uitoefende. Wel is duidelijk aan de geboorteaktes van de kinderen te zien dat zij tussen 1797 en oktober 1806  in Leiden hebben gewoond. Hier worden minstens 3 van hun kinderen gedoopt in de schuilkerk aan de Kuijpersteeg in Leiden.
Hermanus overlijdt op 6 oktober 1816 in Utrecht en zijn vrouw Adriana Elsendoorn op 30 januari 1839.

De oudste zoon Jan Hendrik wordt geboren op 30 december 1794 in Utrecht. Hij trouwt op 30 oktober 1816 met Susanna van der Horst, 17 juni 1787 en dochter van Martinus van der Horst en Bette Groothof. Jan Hendrik klimt in zijn leven van stalknecht naar voermansknecht op tot koetsier. De familie woont in Wijk C, de Florasteeg. Samen met Susanna krijgt hij zeven kinderen. De laatste twee zijn een tweeling Franciscus en Maria. Maria van Ingenis mijn voormoeder die in 1856 trouwt met mijn betovergrootvader Hendrik Damen. In zijn overlijdensakte wordt Jan Hendrik als koetsier genoemd, overlijdensdatum 8 januari 1871. Susanna wordt maar 58 jaar en zij overlijdt 23 januari 1846.

Florasteeg Utrecht



zaterdag 17 maart 2012

Van Bakhuys tot Bakhuizen

De Familie Bakhuizen komt als sinds 1731 in de registers van Rotterdam voor. 
De schrijfwijze varieert van Bakhuizen tot Bakhuys en alles hier tussenin. De eerste gevonden Bakhuys woonde in Rotterdam. Of hij hier ook is geboren is niet zeker.

Op 31 oktober 1731 trouwt Teunis Bakhuijsen met Elisabeth Schouten in Rotterdam. Waarschijnlijk komen zij beiden uit Duitsland. Zij krijgen op 23 december 1734 een zoon genaamd Hermanus Bakhuijs. Hij trouwt op 23 april 1758 in Rotterdam met de dan zesentwintig jarige Margaretha Somwijl. Haar naam wordt in verschillende aktes op verschillende wijzen geschreven soms heet zij Somwijl dan weer Zomveege. 
Ik houd het op Somwijl omdat zij zo het meeste voorkomt.Margaretha wordt 42 jaar en zij wordt op 9 november 1770 begraven in Rotterdam. In de akte staat dat zij 4 minderjarige kinderen nalaat en dat haar adres L. Baanstraat was. 
De overlijdensdatum van Hermanus heb ik nog niet kunnen vinden.

Lange Baanstraat in Rotterdam
Anthonie Bakhuizen is een zoon van bovengenoemd echtpaar en hij wordt op 12 juli 1761 geboren in Rotterdam. Hij trouwt in 1782 met de dan 21 jarige Cornelia Graasman, zij is geboren in Schiedam en gedoopt op 26 juni 1763. 
Van beroep is Antonie Broodbakker, soldaat – Archief Vlaardingen.

Cornelia Graasman verklaart bij het huwelijk van haar zoon Martinus dat zij weduwe is van Antony Bakhuizen die bij leven gediend heeft als soldaat onder de militie van de Bataafse Republiek en dat hij bij gelegenheid der invasie der Engelsen in het jaar 1799 als krijgsgevangene naar Engeland is getransporteerd en vervolgens in het jaar 1801 in Waterfort Ierland is overleden. Er wordt door Dirk van Koetsveld, varensgezel, verklaart dat hij ten tijde van het overlijden van Antony aanwezig was in het Hospitaal te Waterfort en geassisteerd heeft bij zijn begrafenis. Hij was de dag ervoor op bezoek gegaan bij Antony maar kreeg daar te horen dat hij was overleden.

Martinus Bakhuizen, geboren in Vlaardingen op 1 februari 1791 trouwt op 15 september 1815 met Margrietje van den Broek. Zij is ook in Vlaardingen geboren op 14 februari 1790. Martinus is van beroep scheepstimmerman. Samen met Margrietje krijgt hij 9 kinderen.
Martinus Bakhuijzen  wordt in mei 1834 weduwnaar en neemt dan een huishoudster in dienst.Haar naam is Jannetje van Es van der Pijl en zij komt ook uit Vlaardingen waar zij op 3 januari 1808 is geboren. Zij was eerder getrouwd met Klaas van Deventer de Keijzer – huwelijksdatum november 1832. Zij heeft van hem 1 dochter, Wilhelmina die het jaar daarna wordt geboren. Klaas wordt als vermist op zee aangegeven in 1834. Dit is niet de waarheid want Klaas van Deventer de Keijzer gaat in Malaga van boord en monstert aan op een Engels schip omdat hij meer kan verdienen daar. Hierna wordt niets meer van hem vernomen.
 
In 1838 krijgt Jannetje een dochter en deze wordt Martina van der Pijl genoemd, zij wordt aangegeven als dochter van Jannetje van der Pijl, ongehuwd. De aangever is Martinus Bakhuizen met als getuige de vroedmeester Cornelis Blijenburg die bij alle geboortes van de kinderen van Jannetje aanwezig is. Hierna worden nog 2 dochters geboren die ook door Martinus worden aangegeven met als moeder Jannetje van der Pijl, ongehuwd, beiden met de achternaam van der Pijl. Als vijfde kind krijgt Jannetje eindelijk een zoon, Johannes die ook door Martinus wordt aangegeven, maar dan wordt Jannetje van der Pijl genoemd als echtgenote van Klaas van Deventer de Keijzer.
Dit laatste kind heet dus ineens Johannes de Keijzer en dit terwijl zijn genoemde vader al 14 jaar wordt vermist op zee. Bij het huwelijk van Johannes de Keijzer wordt er een verklaring afgelegd door Jannetje, zijn moeder, dat zijn vader pas in 1850 zou zijn vermist. De reden van de frauduleuze verklaring is onduidelijk.
Samen met mijn schoonvader die ook genealoog is hebben wij zitten speculeren. Een optie is dat Johannes een buitenechtelijk kind is van de oudste dochter van Jannetje, Wilhelmina de Keijzer, die dan 15 jaar is. Maar dit berust slechts op speculaties.
Martinus Bakhuizen en Jannetje trouwen uiteindelijk op 15 september 1852 in Vlaardingen. 
Haven van Vlaardingen
 De zoon van Martinus Bakhuizen en Margrietje van den Broek: Pieter wordt in Vlaardingen geboren op 2 april 1817. Hij trouwt op 18 april 1838 met de dan 21 jarige Maria Struijs, dochter van Gerrit Jansz Struijs en Jannetje van Dijk. Op het Militieregister staat dat Pieter matroos ter koopvaardij is en nog dient bij de 14e afdeling infanterie. Hij heeft blauwe ogen en blond haar.

Pieter en Maria krijgen 7 kinderen waarvan er 3 levenloos worden geboren. Van de andere 4 heb ik alleen volledige informatie over Gerritje Bakhuizen die later in het huwelijk treedt met Wilhelmus Antonie Eduard Bolk, de betovergrootvader van mijn partner. Gerritje wordt geboren in Rotterdam 14 februari 1853.

Bij de huwelijkse voltrekking van Gerritje en haar man wordt er een uittreksel afgegeven door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand waarin staat dat haar vader Pieter Bakhuizen op 25 juli 1855 is overleden te Accra (St. George d’Elmina) Westkust van Afrika. Op de site GaHetNa.nl wordt Pieter ook genoemd, er staat: Achternaam Bakhuizen / Voornaam Pieter / Datum 25-07-1855 / Schip Curacao / Plaats Accra / Geregistreerd 06-10-1857 / Soort akte Overlijden Opmerking Gezagvoerder / Bronverwijzing Nummer toegang: 3.177.22, inventarisnummer: 16

Fort Elmina - Accra Westkust van Afrika
 Elmina is een voormalig slavenfort van de Nederlandse West Indische compagnie. In het jaar dat Pieter overlijd is echter de slavenhandel al afgeschaft. Tot in 1850 werden er in het fort Elmina soldaten geworven voor dienst in de KNIL, de Orang Blanda Itam (= Zwarte Hollanders). Maar pas in 1871 werd deze werving op aandringen van de Engelsen daadwerkelijk gestaakt om de schijn van verkapte slavernij weg te nemen.

Aanvullingen, correcties en tips zijn welkom!



zondag 5 februari 2012


















Mandenmakers uit Zwammerdam

Willem Putkamer wordt geboren op donderdag 29 augustus 1793 in Zwammedam als zoon van Roelof Putkamer en Lijstje Lieste. Vader Roelof is geboren in Zwammerdam op 28 februari 1740  en moeder Lijsje in Capelle aan den IJssel in 1754.

Net als zijn vader wordt Willem mandenmaker in Zwammerdam. Het beroep van mandenmaker is een heel oud ambacht. Een mandenmaker verwerkte fijn wilgenhout tot manden in allerlei soorten en maten. Men kende hier vele toepassingen voor zoals manden voor opslag van aardappels, groenten en fruit en fuiken voor paling en manden voor vervoer van kippen, biggen en vis. Ook maakten zij broedkorven voor eenden.

In de Groene Hart Archieven worden Willem en zijn broer Jan meerdere malen genoemd als getuigen bij diverse doop- trouw- en begraaf aangelegenheden. Hierbij worden zij beiden als mandenmakers genoemd.

Willem trouwt op zijn 22ste met de 1 jaar oudere Maria van Ekerschot die ook in Zwammerdam is geboren als dochter van Harme Willemsz van Ekerschot en Maria de Lange. Zij krijgen samen acht kinderen, alle kinderen overlijden op jonge leeftijd. 
Maria van Ekerschot overlijdt in Zwammerdam als zij nog maar 51 jaar oud is.

Willem hertrouwt met Maria Pott uit Mijdrecht op 1 mei 1844 in Amsterdam.
Maria is dan al veertig geweest en nooit getrouwd, zij woont tot haar huwelijk met Willem in Amsterdam aan de Keizersgracht bij de Vijzelstraat (Huwelijksebijlagen Amsterdam 144 deel 2).  Zij is de dochter van Martinus Pott en Christina Margaretha den Hals. Maria Pott is geboren op 20 oktober 1802 in Mijdrecht en wordt gedoopt op 8 december 1802 in de Nieuwekerk in Amsterdam.

Haar 13 jaar oudere zus Aaltje was getrouwd met de 15 jaar oudere broer van Willem; Jan Putkamer die ook in Zwammerdam woonden. Waarschijnlijk zijn Willem en Maria zo aan elkaar gekoppeld. Zij een oude vrijster al en dienstmeid uit Amsterdam en hij  weduwnaar. Willem overlijdt op 8 juni 1865 in Zwammerdam en Maria het jaar daarna op 21 december 1865.

Willem en Maria krijgen 1 zoon, mijn voorvader Cornelis Putkamer. Hij wordt geboren in Zwammerdam op 5 maart 1845. Hij trouwde met Jannetje de Hoog, over hun heb ik eerder een stukje geschreven in september vorig jaar.






Handtekeningen van Willem Putkamer en Maria Pott onder hun huwelijksakte
Amsterdam 1 mei 1844

zondag 15 januari 2012


John Joseph Nagle Schots Officier                               
Ieper 24 december 1754 - Breda 26 februari 1828 

John Joseph werd geboren in Ieper België als zoon van Paul Nagle, soldaat in de Schotse Compagnie van General Major Alexander *, en Veronia Mulder.
Deze Compagnie bestond geheel uit Schotten en men mag dus aannemen dat Paul Nagle ook van Schotse afkomst is, hoewel ik hier niet helemal zeker van ben omdat de naam Nagle vooral uit Ierland komt, uit de County Cork.
De compagnie van Paul Nagle was een onderdeel van het Regiment Schotten Colyear die in het jaar dat John Joseph werd geboren in Ieper gelegerd was.
Het complete Regiment trok met vrouw en kinderen door heel Nederland en Vlaanderen. Onderwijs werd ook gegeven door de regiments leraar en er was ook een dominee die meeging. Als je in de archieven kijkt is dit Schotse leger een familie aangelegenheid lijkt het, dezelfde namen komen steeds terug en het is dus normaal dat de mannelijke kinderen ook in het leger gingen dienen. Zo ook bij Paul Nagle en zijn zoon.
 John Joseph trouwde met Margareth Macpherson (dochter van Alexander Macpherson en Catherine Ross). Zij kregen zeker 3 dochters; Christina Nagle geboren 6 september 1782 . John Joseph wordt dan genoemd als Luitenant in Colonel Dougla’s compagnie van het Regiment Major General Dundas. Tweede dochter is Margareth Nagle zij is geboren in Zwolle in 1790 en overleden op 25 jarige leeftijd te Breda op 8 december 1815. De derde dochter wordt geboren in Kampen in 1794 en overlijd op twintigjarige leeftijd in Willemstad op 5 november 1814. Hun moeder Margareth Macpherson is dan reeds overleden.
In de DTB boeken van Willemstad worden nog een aantal begraven kinderen genoemd: Jannetje kind van J. Nagle, overleden 26 oktober 1800 Willemstad : kind zonder naam van Plaatsmajoor J. Nagle overleden 17 februari 1802;  zoon zonder naam op 28 oktober 1803 in Willemstad (zoon van Plaatsmajoor J. Nagel).

Het regiment werd opgericht in 1675 als Regiment Schotten Colyear. Bij de reorganisatie van 1752 werd het op 2 bataljons gebracht. Dit 2e bataljon werd gevormd door het voormalige Regiment Schotten Drumlanrig. In 1772 werd het regiment genationaliseerd en de officiële benaming vastgesteld als Regiment Schotten 2. In 1783 werd de officiële benaming vastgesteld als Regiment Nationalen 24. In 1795 (Franse tijd) ging het regiment op in het 2e bataljon van de 6e Halvebrigade.

John Joseph trouwt voor de tweede keer in Willemstad op 9 juni 1804 met Catharina Margaretha Scheffer, geboren in Kampen (1773). Zij overlijdt op 25 november 1807 evenals hun naamloze kindje en zij worden begraven op 27 november 1807.
Catharina Margaretha is dan 34 jaar.

Op 16 juni 1816 trouwt John Joseph Nagle op 64 jarige leeftijd met mijn voormoeder Elisabeth IJpelaar, 24 jaar,  in Breda. Zij wordt geboren op 13 mei 1792 in Willemstad als dochter van Cornelis IJpelaar en Anna de Swart, beiden ook geboren te Willemstad. Elisabeth overlijdt in Willemstad op 84 jarige leeftijd, 13 november 1876 in Ginneken en Bavel. Zij geniet 38 jaar van het militaire pensioen dat haar man haar nalaat uit zijn militaire carrière.
Wanneer hun eerste kind wordt geboren is John Joseph al 64 jaar en wordt genoemd als gepensioneerd Luitenant (John Joseph wordt ook genoemd als Plaats Majoor te Willemstad, ik heb niet kunnen vinden wat deze functie precies inhoud. Hij was officieel 2e Luitenant). Hij doet zelf aangifte van zijn zoon Cornelis Nagle die wordt geboren op 3 januari 1815 in Willemstad en erkend op het gemeentehuis daar. Na zijn geboorte verhuisd het gezin naar Breda waar zij samen nog vier kinderen krijgen.

Van hun tweede zoon stamt mijn tak van de familie af: Jan Joseph Nagle. Hij wordt geboren op een stormachtige vrijdag 18 februari 1818 in Breda. Hij groeit op in Breda en trouwt daar op 20 oktober 1842 met de uit Zoetermeer afkomstige Anna Beems, dochter van Roeland Beems en Adriana Blanken.
Bij dit huwelijk wordt hun eerste dochter Regina Elisabeth Adriana (geboren Breda: 10 Feb 1840 ) erkent als wettelijke dochter van Jan Joseph. Zij krijgen in totaal samen 6 kinderen waarvan alleen de eerste twee in Breda worden geboren.
Het gezin verhuisd rond 1844 naar Neede in de Achterhoek.


Jan Joseph heeft daar werk als jachtopziener/veldwachter. Vier van de Nagle  kinderen bereiken de volwassen leeftijd. Twee van hen; Catharina Johanna en Johannis Cornelis Rudolf worden respectievelijk maar 8 en 5 jaar en overlijden beide in Neede. In 1849 wordt de tweeling Jan Cornelis en Jan Joseph geboren in Neede. Jan Cornelis is de vader van Anna Antonia Nagle of wel Antje Poetje de oma van mijn vader.
Jan Joseph senior overlijdt op 1 juni 1886 in Meerkerk, Anna Beems is dan al overleden in Geertruidenberg op 23 juli 1880.

                                         Anna Antonia Naglé (1 april 1872 Zevenbergen - 25 november 1944 Poortugaal)




*  Bron: “Papers Illustrating the History of the Scots Brigade in the Service of the United Netherlands, 1572-1782”.

Voor aanvullende informatie of correctie stuur mij gerust een mailtje, tips zijn altijd welkom. ritavanes@yahoo.com

dinsdag 4 oktober 2011

Matriarchale lijnen

In de genealogie is het gebruikelijk om te onderzoeken waar je familienaam vandaan komt en wordt er dus langs de vaderlijke lijn onderzoek gedaan. De achternamen blijven dan over het algemeen het zelfde behalve als er een ongehuwde moeder tussen zit. Uit onderzoek is gebleken dat er redelijk wat  kinderen geboren worden die eigenlijk niet de naam van hun eigen vader dragen maar die van de man die denkt de vader te zijn.  Dus de wettelijke vader is niet de biologische vader. Als je onderzoek doet langs de moederlijke lijn weet je bijna voor honderd procent zeker dat de bloedlijn klopt.

Ik heb mijn matriarchale lijn terug kunnen volgen tot ongeveer 1675 en zij loopt over 12 generaties vrouwen. De vroegste voormoeder heette Neeltje Sijbrands en zij trouwde in mei 1698 in Bergambacht met Cornelis Claaszoon van Zoelen. Veel meer heb ik niet over haar kunnen vinden behalve hun dochter Marrigje van Zoelen geboren in februari 1705 in Bergambacht en trouwt mei 1730 met Willem Pieterszoon Verkerk.

 
Wapen van Bergambacht

 Zij krijgen 6 kinderen waarvan de oudste dochter Lijntje geboren wordt in augustus 1734 te Bergambacht. Lijntje Verkerk trouwt in juni 1756 met Willem Kroon in Oudekerk aan de IJssel en zij krijgen 2 jaar later een dochter Marrigje Willems Kroon geboren in Berkenwoude in februari 1758.

 Harmelen

Marrigje ontmoet Thijmen van Wageningen die uit Harmelen komt en zij trouwt daar met hem in 1784 en zij vestigen zich daar ook. Zij krijgen voor zover ik kon vinden 2 dochters waarvan de oudste mijn voormoeder Cornelia van Wageningen is. Geboren in Harmelen op 14 september 1796. Cornelia trouwt in 1824 met Johannes van Bekko(u)m uit  Harmelen en zij krijgen samen 5 kinderen; 3 meisjes en 2 jongens. Cornelia overlijdt op 72 jarige leeftijd in Harmelen. Haar oudste dochter Margaritha van Bekkum trouwt op 26 jarige leeftijd in 1858 met Klaas Bloemheuvel en krijgt bij hem 4 kinderen. Zij wordt 54 jaar oud en Klaas trouwt daarna nog voor een tweede keer.

Hun oudste dochter Arsina Cornelia Bloemheuvel geboren in Harmelen trouwt een jaar na het overlijden van haar moeder op 24 jarige leeftijd met Pieter van Ede uit Woudenberg. Zij krijgt 3 kinderen die allemaal in Maarn worden geboren en de oudste is mijn overgrootmoeder Alida van Ede geboren in november 1887.

 Alida van Ede (in het zwart) te midden van haar dochters en kleinkinderen

Arsina Cornelia overlijdt op 70 jarige leeftijd in Driebergen. Zij woont dan al enige tijd in bij haar dochter en schoonzoon Rijk van Scherpenzeel. Deze hebben een groot gezin wat bestaat uit 13 kinderen waarvan mijn oma Wilhelmina van Scherpenzeel de oudste is. Alida van Ede wordt 76 jaar en woont tot aan haar dood in hetzelfde huis als haar moeder is oveleden en zij al haar kinderen heeft grootgebracht.

Wilhelmina en Gijsbertus Leendert Damen-van Scherpenzeel

Mijn oma trouwt met Gijsbertus Leendert Damen en gaat in de stad Utrecht wonen waar opa een bakkerij heeft. Zij krijgen samen 5 kinderen waarvan mijn moeder de oudste is. En ik, Rita ben dan weer de oudste dochter van mijn moeder Riet. Mijn jongere zus heeft een dochter van 23 en dat maakt samen 12 vrouwen in deze matriarchale lijn.

zaterdag 17 september 2011

Putkamer

Soms kom je tijdens het zoeken naar voorvaderen droevige dingen tegen, die als je het navraagt in de familie helemaal niet bekent zijn. Zo ook dit verhaal over Cornelis Putkamer en Jannetje de Hoog. Zij waren de ouders van mijn overgrootvader Gerrit Putkamer die voor zover de kennis van de familie reikte enig kind was van zijn vader en moeder. Hij is in 1875 op 12 oktober geboren in Den Haag en was tot aan zijn pensioen timmerman. Zijn vader Cornelis Putkamer werd in 1845 op 5 maart geboren in Zwammerdam en trouwde op 21 jarige leeftijd met de 22 jarige Jannetje de Hoog (geboren 29-08-1844 in Waarder) te Waarder op 7 december 1866. Zij gingen wonen op de Nieuw-Westeinde 47 in Zwammerdam bij de ouders van Jannetje.

Waarder - Uitzicht op het Westeinde

Op 18 augustus 1867 werd hun eerste zoon Willem geboren hij overlijdt net 4 jaar oud in 1871. De eerste dochter Margaretha word geboren in 1869 en overlijdt nog geen 2 jaar oud in 1871. Op eerste kerstdag 1871 wordt Gerrit geboren en hij overlijdt 8 maanden later. In 1872 werd dochter Grietje geboren, zij werd maar 2 jaar oud; in 1873 werd hun tweede dochter geboren Maria, zij overleed nog geen 13 maanden oud. Mijn overgrootvader Gerrit werd dus in 1875 geboren en hij mocht de gezegende leeftijd van 90 jaar bereiken. Hierna werd er een tweeling geboren: Hermanus en Margaretha Maria beiden geboren in 1877; het broertje overleed  2 maanden oud en het zusje werd maar 1 maand oud. In 1881 werd er nog een tweeling geboren: Maria Dirkje en Willem. In de archieven is van hun verder niets te vinden, waarschijnlijk hebben zij maar een paar dagen geleefd. Hierna volgde in 1883 nog een broertje Willem waarvan ook verder niets bekend en als laatste werd er een levenloos meisje geboren in 1885.
Wat een leed spreekt er uit deze opsomming. Jannetje kreeg 12 kinderen en er bleef er maar 1 leven, wat een verdriet moeten zij en Cornelis hebben gehad! Uit de geboorteaktes is op te maken dat de familie op 21 maart 1874 verhuisde van Waarder naar Den Haag.

Gerrit Putkamer en Anna Antonia Naglé met 5 van hun kinderen

Mijn overgrootvader Gerrit trouwde 21 jaar oud in mei 1896 met de toen 23 jaar oude Anna Antonia Naglé (1 april 1872 Zevenbergen) in Zevenbergen. Zij kregen samen 8 kinderen. Anna Antonia overleed in Portugaal op 72 jarige leeftijd en Opa Put in Rotterdam op 8 februari 1966. Hij was 90 jaar toen hij werd aangereden terwijl hij door een politieagent geholpen werd om over te steken. Het was erg glad op de weg en de auto die beide aanreed schoot door de remmen op de spek gladde weg. Opa brak zijn voet en dit werd hem op zijn leeftijd fataal. Hij stierf in het ziekenhuis in Rotterdam.

Opa Put met zijn buurvrouw mevrouw de Jongh